NEDERLANDS
🇬🇧

    Hertrouw

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • hertrouwen

      Verb/hɛr'trɔuwən; hɛr'trɔuwə/

      infinitief

      hertrouwen

      tegenwoordige tijd

      hertrouwhertrouwthertrouwen

      verleden tijd

      hertrouwdehertrouwden

      tegenwoordig deelwoord

      hertrouwendhertrouwende
    • de hertrouw

      Common noun/'hɛrtrɔu/

      enkelvoud

      hertrouw

      meervoud

      hertrouwen

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning