NEDERLANDS
🇬🇧

    Hikken

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de hik

      Common noun/'hɪk/

      enkelvoud

      hikhikje

      meervoud

      hikkenhikjes
    • hikken

      Verb/'hɪkən; 'hɪkə/

      infinitief

      hikken

      tegenwoordige tijd

      hikhikthikken

      verleden tijd

      hiktehikten

      tegenwoordig deelwoord

      hikkendhikkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning