NEDERLANDS
🇬🇧

    Hinderen

    B1commonZipf 3.2

    werkwoord

    • hinderen

      Verb/'hɪndərən; 'hɪndərə/

      infinitief

      hinderen

      tegenwoordige tijd

      hinderhinderthinderen

      verleden tijd

      hinderdehinderden

      tegenwoordig deelwoord

      hinderendhinderende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.