NEDERLANDS
🇬🇧

    Hip

    B1commonZipf 3.6

    werkwoord

    • hippen

      Verb/'hɪpən; 'hɪpə/

      infinitief

      hippen

      tegenwoordige tijd

      hiphipthippen

      verleden tijd

      hiptehipten

      tegenwoordig deelwoord

      hippendhippende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning