Hitte
A2top5000Zipf 4.1
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
hitten
Verb/'hɪtən; 'hɪtə/infinitief
hittentegenwoordige tijd
hithittenverleden tijd
hittehittentegenwoordig deelwoord
hittendhittendede hitte
Common noun/'hɪtə/enkelvoud
hitte
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.