NEDERLANDS
🇬🇧

    Hitte

    A2top5000Zipf 4.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • hitten

      Verb/'hɪtən; 'hɪtə/

      infinitief

      hitten

      tegenwoordige tijd

      hithitten

      verleden tijd

      hittehitten

      tegenwoordig deelwoord

      hittendhittende
    • de hitte

      Common noun/'hɪtə/

      enkelvoud

      hitte

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.