NEDERLANDS
🇬🇧

    Hoereren

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • hoereren

      Verb/hu'rerən; hu'rerə/

      infinitief

      hoereren

      tegenwoordige tijd

      hoereerhoereerthoereren

      verleden tijd

      hoereerdehoereerden

      tegenwoordig deelwoord

      hoererendhoererende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning