Imker
uncommonZipf 2.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de imker
Common noun/'ɪmkər/enkelvoud
imkermeervoud
imkersimkeren
Verb/'ɪmkərən; 'ɪmkərə/infinitief
imkerentegenwoordige tijd
imkerimkertimkerenverleden tijd
imkerdeimkerdentegenwoordig deelwoord
imkerendimkerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.