Imploderen
uncommonZipf 2.4
werkwoord
imploderen
Verb/ɪmplo'derən; ɪmplo'derə/infinitief
imploderentegenwoordige tijd
implodeerimplodeertimploderenverleden tijd
implodeerdeimplodeerdentegenwoordig deelwoord
imploderendimploderende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.