NEDERLANDS
🇬🇧

    Inmaak

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • inmaken

      Verb/'ɪnmakən; 'ɪnmakə/

      infinitief

      inmaken

      tegenwoordige tijd

      maak ininmaakmaakt ininmaaktmaken ininmaken

      verleden tijd

      maakte ininmaaktemaakten ininmaakten

      tegenwoordig deelwoord

      inmakendinmakende
    • de inmaak

      Common noun/'ɪnmak/

      enkelvoud

      inmaak

      meervoud

      inmaken

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning