Inmaakt
uncommonZipf 2.4
werkwoord
inmaken
Verb/'ɪnmakən; 'ɪnmakə/infinitief
inmakentegenwoordige tijd
maak ininmaakmaakt ininmaaktmaken ininmakenverleden tijd
maakte ininmaaktemaakten ininmaaktentegenwoordig deelwoord
inmakendinmakende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.