NEDERLANDS
🇬🇧

    Inparkeren

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • inparkeren

      Verb/'ɪnpɑrkerən; 'ɪnpɑrkerə/

      infinitief

      inparkeren

      tegenwoordige tijd

      parkeer ininparkeerparkeert ininparkeertparkeren ininparkeren

      verleden tijd

      parkeerde ininparkeerdeparkeerden ininparkeerden

      tegenwoordig deelwoord

      inparkerendinparkerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning