Inpraten
uncommonZipf 2.6
werkwoord
inpraten
Verb/'ɪnpratən; 'ɪnpratə/infinitief
inpratentegenwoordige tijd
praat ininpraatpraten ininpratenverleden tijd
praatte ininpraattepraatten ininpraattentegenwoordig deelwoord
inpratendinpratende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.