NEDERLANDS
🇬🇧

    Inrekent

    uncommonZipf 2.1

    arresteren; incalculeren

    • inrekenen

      Verb/'ɪnrekənən; 'ɪnrekənə/

      arresteren

      infinitief

      inrekenen

      tegenwoordige tijd

      reken ininrekenrekent ininrekentrekenen ininrekenen

      verleden tijd

      rekende ininrekenderekenden ininrekenden

      tegenwoordig deelwoord

      inrekenendinrekenende
    • inrekenen

      Verb/'ɪnrekənən; 'ɪnrekənə/

      incalculeren

      infinitief

      inrekenen

      tegenwoordige tijd

      reken ininrekenrekent ininrekentrekenen ininrekenen

      verleden tijd

      rekende ininrekenderekenden ininrekenden

      tegenwoordig deelwoord

      inrekenendinrekenende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning