NEDERLANDS
🇬🇧

    Inspelen

    B1uncommonZipf 2.7

    werkwoord

    • inspelen

      Verb/'ɪnspelən; 'ɪnspelə/

      infinitief

      inspelen

      tegenwoordige tijd

      speel ininspeelspeelt ininspeeltspelen ininspelen

      verleden tijd

      speelde ininspeeldespeelden ininspeelden

      tegenwoordig deelwoord

      inspelendinspelende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.