NEDERLANDS
🇬🇧

    Interrumperen

    werkwoord

    • interrumperen

      Verb/ɪntərʏm'perən; ɪntərʏm'perə/

      infinitief

      interrumperen

      tegenwoordige tijd

      interrumpeerinterrumpeertinterrumperen

      verleden tijd

      interrumpeerdeinterrumpeerden

      tegenwoordig deelwoord

      interrumperendinterrumperende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning