NEDERLANDS
🇬🇧

    Intreden

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de intrede

      Common noun/'ɪntredə/

      enkelvoud

      intrede

      meervoud

      intredenintredes
    • intreden

      Verb/'ɪntredən; 'ɪntredə/

      infinitief

      intreden

      tegenwoordige tijd

      treed inintreedtreedt inintreedttreden inintreden

      verleden tijd

      trad inintradtraden inintraden

      tegenwoordig deelwoord

      intredendintredende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning