NEDERLANDS
🇬🇧

    Inval

    commonZipf 3.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de inval

      Common noun/'ɪnvɑl/

      enkelvoud

      invalinvalletje

      meervoud

      invalleninvalletjes
    • invallen

      Verb/'ɪnvɑlən; 'ɪnvɑlə/

      infinitief

      invallen

      tegenwoordige tijd

      val ininvalvalt ininvaltvallen ininvallen

      verleden tijd

      viel ininvielvielen ininvielen

      tegenwoordig deelwoord

      invallendinvallende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.