NEDERLANDS
🇬🇧

    Inwinnen

    uncommonZipf 2.6

    werkwoord

    • inwinnen

      Verb/'ɪnwɪnən; 'ɪnwɪnə/

      infinitief

      inwinnen

      tegenwoordige tijd

      win ininwinwint ininwintwinnen ininwinnen

      verleden tijd

      won ininwonwonnen ininwonnen

      tegenwoordig deelwoord

      inwinnendinwinnende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.