Irrigeren
uncommonZipf 2.5
werkwoord
irrigeren
Verb/ɪri'ɣerən; ɪri'ɣerə/infinitief
irrigerentegenwoordige tijd
irrigeerirrigeertirrigerenverleden tijd
irrigeerdeirrigeerdentegenwoordig deelwoord
irrigerendirrigerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.