Jongleert
uncommonZipf 2.2
werkwoord
jongleren
Verb/jɔŋ'lerən; jɔŋ'lerə; ʒɔŋ'lerən; ʒɔŋ'lerə/infinitief
jonglerentegenwoordige tijd
jongleerjongleertjonglerenverleden tijd
jongleerdejongleerdentegenwoordig deelwoord
jonglerendjonglerende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.