NEDERLANDS
🇬🇧

    Jureren

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • jureren

      Verb/ʒy'rerən; ʒy'rerə/

      infinitief

      jureren

      tegenwoordige tijd

      jureerjureertjureren

      verleden tijd

      jureerdejureerden

      tegenwoordig deelwoord

      jurerendjurerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning