Jutten
uncommonZipf 2.6
juttepeer; inwoner; persoon; boom
de jut
Common noun/'jʏt/juttepeer
enkelvoud
jutmeervoud
juttende Jut
Common noun/'jʏt/inwoner; persoon
enkelvoud
Jutmeervoud
Juttende jut
Common noun/'jʏt/boom
enkelvoud
jutmeervoud
juttenjutten
Verb/'jʏtən; 'jʏtə/infinitief
juttentegenwoordige tijd
jutjuttenverleden tijd
juttejuttentegenwoordig deelwoord
juttendjuttende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.