NEDERLANDS
🇬🇧

    Kaai

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; gooien; vallen; scheepsterm

    • de kaai

      Common noun/'kaj/

      enkelvoud

      kaaikaaitje

      meervoud

      kaaienkaaitjes
    • kaaien

      Verb/'kajən; 'kajə/

      gooien; vallen

      infinitief

      kaaien

      tegenwoordige tijd

      kaaikaaitkaaien

      verleden tijd

      kaaidekaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      kaaiendkaaiende
    • kaaien

      Verb/'kajən; 'kajə/

      scheepsterm

      infinitief

      kaaien

      tegenwoordige tijd

      kaaikaaitkaaien

      verleden tijd

      kaaidekaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      kaaiendkaaiende
    • kaaien

      Verb/'kajən; 'kajə/

      gappen

      infinitief

      kaaien

      tegenwoordige tijd

      kaaikaaitkaaien

      verleden tijd

      kaaidekaaiden

      tegenwoordig deelwoord

      kaaiendkaaiende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning