NEDERLANDS
🇬🇧

    Kaapt

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • kapen

      Verb/'kapən; 'kapə/

      infinitief

      kapen

      tegenwoordige tijd

      kaapkaaptkapen

      verleden tijd

      kaaptekaapten

      tegenwoordig deelwoord

      kapendkapende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning