NEDERLANDS
🇬🇧

    Karteren

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • karteren

      Verb/kɑr'terən; kɑr'terə/

      infinitief

      karteren

      tegenwoordige tijd

      karteerkarteertkarteren

      verleden tijd

      karteerdekarteerden

      tegenwoordig deelwoord

      karterendkarterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning