NEDERLANDS
🇬🇧

    Kiemen

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de kiem

      Common noun/'kim/

      enkelvoud

      kiemkiempje

      meervoud

      kiemenkiempjes
    • kiemen

      Verb/'kimən; 'kimə/

      infinitief

      kiemen

      tegenwoordige tijd

      kiemkiemtkiemen

      verleden tijd

      kiemdekiemden

      tegenwoordig deelwoord

      kiemendkiemende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning