Kiep
uncommonZipf 2.1
hoed; mand; (doen) omslaan; gooien
de kiep
Common noun/'kip/hoed; mand
enkelvoud
kiepmeervoud
kiepenkiepen
Verb/'kipən; 'kipə/(doen) omslaan; gooien
infinitief
kiepentegenwoordige tijd
kiepkieptkiepenverleden tijd
kieptekieptentegenwoordig deelwoord
kiependkiepende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.