NEDERLANDS
🇬🇧

    Kiep

    uncommonZipf 2.1

    hoed; mand; (doen) omslaan; gooien

    • de kiep

      Common noun/'kip/

      hoed; mand

      enkelvoud

      kiep

      meervoud

      kiepen
    • kiepen

      Verb/'kipən; 'kipə/

      (doen) omslaan; gooien

      infinitief

      kiepen

      tegenwoordige tijd

      kiepkieptkiepen

      verleden tijd

      kieptekiepten

      tegenwoordig deelwoord

      kiependkiepende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning