Klokkende
uncommonZipf 1.8
tijd meten; als een klok vallen; een klokkend geluid maken; adjectief
klokken
Verb/'klɔkən; 'klɔkə/tijd meten; als een klok vallen
infinitief
klokkentegenwoordige tijd
klokkloktklokkenverleden tijd
kloktekloktentegenwoordig deelwoord
klokkendklokkendeklokken
Verb/'klɔkən; 'klɔkə/een klokkend geluid maken
infinitief
klokkentegenwoordige tijd
klokkloktklokkenverleden tijd
kloktekloktentegenwoordig deelwoord
klokkendklokkendeklokkend
Adjective/'klɔkənt/stellende trap
klokkendklokkendeklokkendsvergrotende trap
klokkenderklokkendereklokkendersovertreffende trap
klokkendstklokkendste
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.