NEDERLANDS
🇬🇧

    Koerden

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de Koerd

      Common noun/'kurt/

      enkelvoud

      Koerd

      meervoud

      Koerden
    • koeren

      Verb/'kurən; 'kurə/

      infinitief

      koeren

      tegenwoordige tijd

      koerkoertkoeren

      verleden tijd

      koerdekoerden

      tegenwoordig deelwoord

      koerendkoerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning