NEDERLANDS
🇬🇧

    Koter

    B1uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de koter

      Common noun/'kotər/

      enkelvoud

      koterkotertje

      meervoud

      koterskotertjes
    • koteren

      Verb/'kotərən; 'kotərə/

      infinitief

      koteren

      tegenwoordige tijd

      koterkotertkoteren

      verleden tijd

      koterdekoterden

      tegenwoordig deelwoord

      koterendkoterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.