NEDERLANDS
🇬🇧

    Kransen

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de krans

      Common noun/'krɑns/

      enkelvoud

      kranskransje

      meervoud

      kransenkransjes
    • kransen

      Verb/'krɑnsən; 'krɑnsə/

      infinitief

      kransen

      tegenwoordige tijd

      kranskranstkransen

      verleden tijd

      kranstekransten

      tegenwoordig deelwoord

      kransendkransende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning