NEDERLANDS
🇬🇧

    Leraren

    commonZipf 3.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de leraar

      Common noun/'lerar/

      enkelvoud

      leraarleraartje

      meervoud

      leraarslerarenleraartjes
    • leraren

      Verb/'lerarən; 'lerarə/

      infinitief

      leraren

      tegenwoordige tijd

      leraarleraartleraren

      verleden tijd

      leraardeleraarden

      tegenwoordig deelwoord

      lerarendlerarende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.