Loef
uncommonZipf 2.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de loef
Common noun/'luf/enkelvoud
loefloefjemeervoud
loevenloefjesloeven
Verb/'luvən; 'luvə/infinitief
loeventegenwoordige tijd
loefloeftloevenverleden tijd
loefdeloefdentegenwoordig deelwoord
loevendloevende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.