Marchanderen
uncommonZipf 2.1
werkwoord
marchanderen
Verb/mɑrʃɑn'derən; mɑrʃɑn'derə/infinitief
marchanderentegenwoordige tijd
marchandeermarchandeertmarchanderenverleden tijd
marchandeerdemarchandeerdentegenwoordig deelwoord
marchanderendmarchanderende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.