NEDERLANDS
🇬🇧

    Meegemaakt

    top5000Zipf 4.6

    werkwoord

    • meemaken

      Verb/'memakən; 'memakə/

      infinitief

      meemaken

      tegenwoordige tijd

      maak meemeemaakmaakt meemeemaaktmaken meemeemaken

      verleden tijd

      maakte meemeemaaktemaakten meemeemaakten

      tegenwoordig deelwoord

      meemakendmeemakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.