NEDERLANDS
🇬🇧

    Meegroeien

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • meegroeien

      Verb/'meɣrujən; 'meɣrujə/

      infinitief

      meegroeien

      tegenwoordige tijd

      groei meemeegroeigroeit meemeegroeitgroeien meemeegroeien

      verleden tijd

      groeide meemeegroeidegroeiden meemeegroeiden

      tegenwoordig deelwoord

      meegroeiendmeegroeiende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning