Meekrijgen
B1uncommonZipf 2.6
werkwoord
meekrijgen
Verb/'mekrɛɪɣən; 'mekrɛɪɣə/infinitief
meekrijgentegenwoordige tijd
krijg meemeekrijgkrijgt meemeekrijgtkrijgen meemeekrijgenverleden tijd
kreeg meemeekreegkregen meemeekregentegenwoordig deelwoord
meekrijgendmeekrijgende
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.