NEDERLANDS
🇬🇧

    Meeloop

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • meelopen

      Verb/'melopən; 'melopə/

      infinitief

      meelopen

      tegenwoordige tijd

      loop meemeelooploopt meemeelooptlopen meemeelopen

      verleden tijd

      liep meemeeliepliepen meemeeliepen

      tegenwoordig deelwoord

      meelopendmeelopende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning