NEDERLANDS
🇬🇧

    Meespreken

    uncommonZipf 2.0

    werkwoord

    • meespreken

      Verb/'mesprekən; 'mesprekə/

      infinitief

      meespreken

      tegenwoordige tijd

      spreek meemeespreekspreekt meemeespreektspreken meemeespreken

      verleden tijd

      sprak meemeesprakspraken meemeespraken

      tegenwoordig deelwoord

      meesprekendmeesprekende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning