NEDERLANDS
🇬🇧

    Meevieren

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • meevieren

      Verb/'mevirən; 'mevirə/

      infinitief

      meevieren

      tegenwoordige tijd

      vier meemeevierviert meemeeviertvieren meemeevieren

      verleden tijd

      vierde meemeevierdevierden meemeevierden

      tegenwoordig deelwoord

      meevierendmeevierende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning