NEDERLANDS
🇬🇧

    Migreren

    B1uncommonZipf 2.4

    werkwoord

    • migreren

      Verb/mi'ɣrerən; mi'ɣrerə/

      infinitief

      migreren

      tegenwoordige tijd

      migreermigreertmigreren

      verleden tijd

      migreerdemigreerden

      tegenwoordig deelwoord

      migrerendmigrerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.