NEDERLANDS
🇬🇧

    Monteer

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • monteren

      Verb/mɔn'terən; mɔn'terə/

      infinitief

      monteren

      tegenwoordige tijd

      monteermonteertmonteren

      verleden tijd

      monteerdemonteerden

      tegenwoordig deelwoord

      monterendmonterende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning