NEDERLANDS
🇬🇧

    Naakten

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het naakt

      Common noun/'nakt/

      enkelvoud

      naaktnaaktje

      meervoud

      naaktennaaktjes
    • naken

      Verb/'nakən; 'nakə/

      infinitief

      naken

      tegenwoordige tijd

      naaknaaktnaken

      verleden tijd

      naaktenaakten

      tegenwoordig deelwoord

      nakendnakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.