NEDERLANDS
🇬🇧

    Namaken

    B2commonZipf 3.0

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de namaak

      Common noun/'namak/

      enkelvoud

      namaak

      meervoud

      namaken
    • namaken

      Verb/'namakən; 'namakə/

      infinitief

      namaken

      tegenwoordige tijd

      maak nanamaakmaakt nanamaaktmaken nanamaken

      verleden tijd

      maakte nanamaaktemaakten nanamaakten

      tegenwoordig deelwoord

      namakendnamakende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.