NEDERLANDS
🇬🇧

    Navigeer

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • navigeren

      Verb/navi'ɣerən; navi'ɣerə/

      infinitief

      navigeren

      tegenwoordige tijd

      navigeernavigeertnavigeren

      verleden tijd

      navigeerdenavigeerden

      tegenwoordig deelwoord

      navigerendnavigerende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning