NEDERLANDS
🇬🇧

    Nazaten

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de nazaat

      Common noun/'nazat/

      enkelvoud

      nazaatnazaatje

      meervoud

      nazatennazaatjes
    • nazitten

      Verb/'nazɪtən; 'nazɪtə/

      infinitief

      nazitten

      tegenwoordige tijd

      zit nanazitzitten nanazitten

      verleden tijd

      zat nanazatzaten nanazaten

      tegenwoordig deelwoord

      nazittendnazittende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning