NEDERLANDS
🇬🇧

    Nazeggen

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • nazeggen

      Verb/'nazɛɣən; 'nazɛɣə/

      infinitief

      nazeggen

      tegenwoordige tijd

      zeg nanazegzegt nanazegtzeggen nanazeggen

      verleden tijd

      zegde nazei nanazegdenazeizegden nazeiden nanazegdennazeiden

      tegenwoordig deelwoord

      nazeggendnazeggende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning