Neergelegd
commonZipf 3.7
werkwoord; adjectief
neerleggen
Verb/'nerlɛɣən; 'nerlɛɣə/infinitief
neerleggentegenwoordige tijd
leg neerneerleglegt neerneerlegtleggen neerneerleggenverleden tijd
legde neerneerlegdelegden neerneerlegdentegenwoordig deelwoord
neerleggendneerleggendeneergelegd
Adjective/'nerɣəlɛxt/stellende trap
neergelegdneergelegde
Create a free account to generate the full entry for this word.
Free. No password.