NEDERLANDS
🇬🇧

    Neergestreken

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord

    • neerstrijken

      Verb/'nerstrɛɪkən; 'nerstrɛɪkə/

      infinitief

      neerstrijken

      tegenwoordige tijd

      strijk neerneerstrijkstrijkt neerneerstrijktstrijken neerneerstrijken

      verleden tijd

      streek neerneerstreekstreken neerneerstreken

      tegenwoordig deelwoord

      neerstrijkendneerstrijkende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning