NEDERLANDS
🇬🇧

    Neerhangen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • neerhangen

      Verb/'nerhɑŋən; 'nerhɑŋə/

      infinitief

      neerhangen

      tegenwoordige tijd

      hang neerneerhanghangt neerneerhangthangen neerneerhangen

      verleden tijd

      hing neerneerhinghingen neerneerhingen

      tegenwoordig deelwoord

      neerhangendneerhangende

    Create a free account to generate the full entry for this word.

    Free. No password.

    Keep learning